Het duivenincident

Duiven. Ik vind ze wel romantisch. Vooral als ze met z’n tweetjes op een tak zitten en zich verstoppen in elkaars veren.

Deze liefde deel ik helaas niet met mijn vriend, Leon. Wat zeg ik? Hij heeft een bloedhekel aan duiven. Zodra hij er een ziet, knijpt hij zijn ogen een beetje dicht, trekt zijn lip omhoog en mompelt: ‘Vliegende ratten…’

Leon was dan ook minder verheugd toen we samen met mijn moeder iets gingen lunchen op het plein van de Gamla Stan in Stockholm, bezaaid met duiven.

‘Zullen we anders gewoon binnen gaan zitten?’ sprak hij nog hoopvol. ‘Natuurlijk niet, de zon schijnt!’ riepen mam en ik terwijl we plaats namen op de trappen van het Nobelmuseum.

Terwijl ik de eerste hap van mijn kaneelbroodje nam (de beste Zweedse uitvinding na de Ikea), schreeuwde Leon als een stewardess in een vliegtuig de nodige anti-duif-instructies.

‘Je kijkt ze niet aan. Je roept ze niet. En wat je ook doet, je voert ze niet.’

Ik durfde inmiddels bijna niet meer te eten – maar het is in Zweden een grote belediging om een kaneelbroodje te laten wachten, dus ik kauwde beduusd verder.

Mam, in al haar onschuld, merkte op dat haar croissant enorm kruimelde en dat haar jas inmiddels meer leek op de vloer van een Franse bakkerij. Dat is natuurlijk minder prettig.

In één zwiepende beweging vliegen er dan ook zo’n vijftig croissant kruimels door de lucht.

Wat er toen gebeurde hoef ik je vast niet uit te leggen. Ik wil er wel graag over kwijt dat het leek op een scène uit Birds – alsof er een muur van veren op je af dendert.

Terwijl ik me afvraag of dit de manier is waarop ik dood ga hoor ik Leon roepen:

‘Esseldien! Je zou ze niet voeren!’

Gelukkig besloten de vogels gezamenlijk om zo’n dertig centimeter voor ons vol in de rem te gaan. Blijkbaar hadden ze meer zin in de croissant, dan in mij. Dat viel dan weer mee.

Dacht ik.

Want terwijl mam een tikje nerveus aan Leon probeert uit te leggen dat ze het niet expres deed, besluit een brutale Zweedse duif dat Leon’s kaneelbroodje een prima snack is en landt vol overtuiging op zijn hand.

Leon springt op en begint hard om zich heen te wapperen, terwijl ie ondertussen woorden roept die ik hier niet zal herhalen.

De duiven kregen inmiddels het iets te heet onder de pootjes denk ik, want ze waren snel opgevlogen na Leon’s duiven tirade. Om de toch licht gespannen sfeer te doorbreken, besluit ik er maar een flauw Zweeds grapje tegenaan te gooien.

Wat zegt een Zweedse duif?’

..

‘Röeköe! Röeköe!’

Leon vond het niet grappig. Ik wel. En terwijl hij weer begon aan een speech over de zinloosheid van de duif, gebeurde het onmogelijke.

Een witte flats zeilde met een fikse 50 kilometer per uur naar beneden.

Splatsh.

Op Leon’s arm.

Wat leren we hiervan? Duiven karma is echt. Dus probeer ze met liefde te behandelen, ook wanneer je een hekel hebt aan deze gevederde vrienden.

Tenminste, dat probeer ik Leon te leren wanneer we weer bij een groep duiven zijn.

‘Gadver, vliegende…’

‘Nee Leon. Vliegende schatten.’

Heel veel liefs,

Elfi(Selfie)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *